Energietransitie

In het Klimaatakkoord van Parijs is afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder twee graden Celsius. De Energie-agenda vertaalt de internationale ambities naar transitiepaden waarmee Nederland de energietransitie kan realiseren. Deze agenda geeft aan dat moet worden ingezet op vergaande reductie van de warmtevraag door energiebesparing en het stimuleren en inpassen van CO2-arm opgewekte energie. Er ligt hiermee een grote uitdaging om in de gebouwde omgeving het gebruik van aardgas zo veel mogelijk te reduceren. Nieuw te bouwen gebouwen moeten vanaf 2020 vrijwel energieneutraal zijn en de resterende warmtevraag moet zonder aardgas worden ingevuld. Een nog grotere opgave ligt er voor de warmtevoorziening in de bestaande bouw.

De energietransitie grijpt in tot achter de voordeur van 7 miljoen huishoudens. Het grootste deel  van de burgers zal niet langer kunnen koken op gas, of het huis verwarmen door middel van een cv-ketel. Dit maakt dat sociale aspecten van de energietransitie van even groot belang zijn als de technische aspecten. De verhouding tussen besparingsmaatregelen en invulling van de resterende warmtevraag met duurzame alternatieven zal regionaal verschillen. Het type en de leeftijd van de bebouwing speelt een rol, evenals de nabijheid van duurzame (rest-) warmtebronnen. De levenscyclus van de gebouwde omgeving en energienetten is lang, zodat aansluiting moet worden gezocht bij een verhuizing of grootschalige renovatie. Wanneer er integraal wordt gekeken en deze op natuurlijke momenten wordt ingezet, dan zal dit onnodige kosten voorkomen. Op gemeentelijk niveau zijn in Nederland vrijwel overal energie- en klimaatdoelen opgesteld, en wordt samen gewerkt met lokale partijen zoals woningbouwcorporaties, energieleveranciers, projectontwikke­laars, koepelorganisaties en inwoners aan de energietransitie.